Strijdig gebruiken en/of bouwen maakt vergunningvrij bouwen (Bbl) niet mogelijk
Kernvraag: zijn zonnepanelen op het dak van een kas altijd vergunningvrij op grond van de artikelen 2.27 en 2.29 Bbl?
Leestijd: 2 minuten
Nee. Artikel 2.22 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zet die vergunningvrije regelingen buiten werking zodra het bouwwerk waarop de installatie wordt geplaatst illegaal is gebouwd, in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning. Vergunningvrij bouwen veronderstelt dus een legale onderliggende situatie.
De casus
Eisers stelden dat het plaatsen van zonnepanelen als kasdak vergunningvrij was op grond van de artikelen 2.27 en 2.29 Bbl, nu alle omvormers voor het nemen van het bestreden besluit aan de binnenzijde van de kas waren geplaatst. Volgens de voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg (15 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9860) regelt artikel 2.29 Bbl kort gezegd een aantal gevallen waarin bepaalde activiteiten, waaronder het plaatsen van zonnepanelen, vergunningvrij worden geacht, mits de bijbehorende installatie aan de binnenkant van het gebouw is geplaatst.
Artikel 2.22 Bbl bepaalt echter dat deze vergunningvrije regelingen niet van toepassing zijn, en het plaatsen van zonnepanelen dus wél vergunningplichtig is, wanneer de zonnepanelen worden geplaatst op een bouwwerk dat is gebouwd, in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
De kassen waarop het glasdak met geïntegreerde zonnepanelen was geplaatst, waren in strijd met het omgevingsplan gebouwd, en hiervoor was aan eisers geen omgevingsvergunning verleend. Ook werd er strijdig gehandeld met de wél verleende vergunningen. De voorzieningenrechter volgde daarom het standpunt van verweerder dat artikel 2.22 Bbl hier van toepassing is: het plaatsen van de zonnepanelen in het kasdak was niet vergunningvrij. Een door eisers aangehaalde andersluidende uitspraak bracht de rechter niet tot een ander oordeel, omdat het daarin ging om een legaal gebouwd en in gebruik zijnd hoofdgebouw en daarvan was hier geen sprake. Deze beroepsgrond slaagde dus niet.
Een item over dit onderwerp zoals een kassenbouw in Venlo waar de uitspraak betrekking op heeft was te zien bij EenVandaag van 25 mei 2025: https://lnkd.in/etdVCkuq
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak is een goede herinnering dat vergunningvrij bouwen nooit op zichzelf staat: de vergunningvrije regelingen in het Bbl gaan uit van een legale onderliggende situatie. Is het bouwwerk waarop je iets vergunningvrij wilt plaatsen zelf illegaal gebouwd, in stand gehouden of gebruikt, dan zet artikel 2.22 Bbl de vergunningvrijheid buiten werking. Ook als de bouwactiviteiten keurig aan de voorwaarden van bijvoorbeeld artikel 2.29 Bbl voldoet.
Opgemerkt dat in het Omgevingsplan (tijdelijke deel) een soortgelijke regeling in artikel 22.23 is opgenomen. Daarin staat dat artikelen 22.27 en 22.36 niet van toepassing zijnop een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
Wat ik mijn cursisten leer
Ik lees de cursisten eerst te beoordelen op er sprake is van een illegaal gebouwd of gebruikt bouwwerk, alvorens de overige vergunningvrije regels uit het Bbl of gemeentelijk Omgevingsplan te passen. Soms stopt de vergunningvrije toets verrassend snel.
De kennis op deze pagina is de basis. Door op de link te klikken lees je de uitspraak van de voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg d.d. 15 oktober 2025. Wil je jouw kennis praktijkgericht verdiepen? Bekijk dan ons trainingsaanbod.
Over de auteur
Henry de Roo is strategisch adviseur fysieke leefomgeving en bouwregelgeving bij RooBeek Advies, docent bij RooBeek Academie en lid van de redactieraad van Vakblad Bouwen met Kwaliteit.