Kernvraag: wat is ‘gebouwerf’ in de zin van vergunningvrij bouwen, en waarom is dat begrip zo belangrijk?

Leestijd: 5 minuten

Een gebouwerf is het al dan niet bebouwde deel van een perceel dat direct bij een hoofdgebouw ligt en dat feitelijk is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw — mits het omgevingsplan (lees: bestemmingsplan) die inrichting niet verbiedt. Het begrip is bepalend voor de vraag of een bijbehorend bouwwerk (zoals een schuur, aanbouw of overkapping) vergunningvrij in het achtererfgebied gebouwd mag worden.

De wettelijke definitie

Een gebouwerf is, in tegenstelling tot ‘perceel’, wél gedefinieerd. De definitie stond eerst als ‘erf’ in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en is ongewijzigd als ‘gebouwerf’ overgenomen in het omgevingsplan (die verwijst naar bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving):

“Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een omgevingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.”

Het verschil met het (niet-gedefinieerde) begrip perceel is dat bij erf nadrukkelijk een koppeling wordt gelegd met het omgevingsplan (lees: bestemmingsplan): staat er een verbod op de inrichting als erf, dan is het geen erf — ook niet als het feitelijk zo gebruikt wordt.

De feitelijke situatie is bepalend, niet de kadastrale grens

Uitgangspunt is dat het gehele perceel bij een hoofdgebouw in beginsel als erf kan worden aangemerkt (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 15 september 1997, ECLI:NL:RVS:1997:AA3601). Voor de vraag of iets erf is, moet gekeken worden naar de feitelijke, actuele inrichting en het gebruik — niet naar de kadastrale perceelsgrenzen (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2016:677). Dat betekent onder meer:

  • Erf kan bestaan uit meerdere kadastrale percelen (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2013:CA0146), zelfs met verschillende eigenaren (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2020:855)
  • Erf kan ook over meerdere bestemmingsvlakken heen lopen, zolang de bestemming van die vlakken de inrichting niet verbiedt (Rb. Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2022:4651)
  • Een voetpad kan tot het achtererfgebied horen, als de bestemming “wonen met tuinen en erven” dat toelaat (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2012:BY7347)
  • Een brandgang die niet direct bij de woning ligt en niet is ingericht ten dienste daarvan, hoort er juist niet bij (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2011:BR3199)

Wanneer sluit een bestemming de inrichting als erf uit?

De bestemming is dus alleen relevant voor zover deze de inrichting als erf uitdrukkelijk verbiedt — het enkele feit dat een bestemming geen bouwwerken toelaat, is daarvoor niet voldoende (Nota van Toelichting Bor, Stb. 2010, 143). In de rechtspraak zijn hier concrete voorbeelden van te vinden:

  • Een stuk grond met een agrarische bestemming behoort niet tot het achtererfgebied van een woning met een woonbestemming (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2017:1481)
  • Grond met de bestemming bollengebied kan niet als erf gelden, ook al is het feitelijk ingericht als tuin (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2015:283)
  • Een groenbestemming sluit het achtererfgebied eveneens uit (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2013:340)
  • Grond met landschaps-, natuur- en archeologische waarden (bijvoorbeeld “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”) kan evenmin als erf worden aangemerkt (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2016:990)
  • Ook een dubbelbestemming kan de inrichting als erf blokkeren, als die dubbelbestemming zodanige beperkingen stelt aan de basisbestemming dat bebouwing of inrichting feitelijk wordt belemmerd (Rb. Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2023:4657, over de dubbelbestemming “Waterstaat – Waterstaatkundige functie”)

Let op: in het bestemmingsplan moet dan wél letterlijk een verbodsbepaling staan. Bij een gewone tuinbestemming ontbreekt zo’n verbod meestal, en behoort de grond dus gewoon tot het erf.

Erf onder de Omgevingswet

De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft aan dit uitgangspunt niets veranderd. De definitie van erf is via de bruidsschat ongewijzigd overgenomen in het omgevingsplan, en de rechtspraak van vóór 1 januari 2024 blijft daarom relevant. Nieuwe uitspraken bevestigen dit uitgangspunt keer op keer, zoals de zaak over erf in twee bestemmingsvlakken (Rb. Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2022:4651) en een zaak waarin onvoldoende gemotiveerd was of een weg als “aangrenzend openbaar toegankelijk gebied” kon gelden, waardoor niet vastgesteld kon worden waar het achtererfgebied begon (Rb. Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2026:1460).


Veelgestelde vragen over het begrip erf

Wat is het verschil tussen ‘erf’ en ‘perceel’?

Perceel is niet wettelijk gedefinieerd en kent geen koppeling aan het bestemmingsplan. Erf is wél gedefinieerd en is alleen erf voor zover het bestemmingsplan de inrichting als zodanig niet verbiedt.

Kan erf uit meerdere kadastrale percelen bestaan?

Ja. Volgens vaste rechtspraak is de feitelijke inrichting en het gebruik bepalend, niet de kadastrale grens. Erf kan daardoor over meerdere kadastrale percelen — en zelfs meerdere eigenaren — heen lopen.

Sluit een agrarische of groene bestemming automatisch uit dat grond als erf geldt?

Alleen als het bestemmingsplan de inrichting ten dienste van het hoofdgebouw uitdrukkelijk verbiedt. Uit de rechtspraak blijkt dat agrarische bestemmingen, bollengebied, groenbestemmingen en gebieden met landschaps- of archeologische waarden in de praktijk regelmatig als niet-erf worden aangemerkt.

Is de definitie van erf veranderd onder de Omgevingswet?

Nee. De definitie is via de bruidsschat ongewijzigd overgenomen in het omgevingsplan, en rechtspraak van vóór 2024 blijft relevant voor de uitleg van het begrip.

Kan een dubbelbestemming de inrichting als erf uitsluiten?

Ja, als de dubbelbestemming zodanige beperkingen oplegt aan wat binnen de basisbestemming is toegestaan, dat dit een belemmering vormt om het perceel feitelijk als erf in te richten en te bebouwen.

Wat ik mijn cursisten leer

Leg nooit als eerste het kadastrale perceel naast het bouwplan om te bepalen wat het gebouwerf is. Ik laat cursisten altijd eerst de feitelijke inrichting van het gebouwerf in kaart brengen. Pas daarna kijken wij of het omgevingsplan (lees: bestemmingsplan) die inrichting als gebouwerf ook toestaat. Andersom werkt het niet, en toch zie ik dat in de praktijk vaak genoeg misgaan.

Over de auteur

Henry de Roo is adviseur fysieke leefomgeving en bouwregelgeving bij RooBeek Advies, docent bij RooBeek Academie en lid van de redactieraad van Vakblad Bouwen met Kwaliteit.